vrijer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • vrij·er

Bijvoeglijk naamwoord

vrijer

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van vrij
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen