vrijstellen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- vrij·stel·len
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| vrijstellen |
stelde vrij |
vrijgesteld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
vrijstellen
- (overgankelijk) ~ van: ontslaan van een bestaande verplichting
- Men stelde hem daarvan vrij.