vrijzinnig
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- vrij·zin·nig
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | vrijzinnig | vrijzinniger | vrijzinnigst |
| verbogen | vrijzinnige | vrijzinnigere | vrijzinnigste |
Bijvoeglijk naamwoord
vrijzinnig
- (religie) gelovig, maar niet aan dogma's gebonden
- Hij behoort aan een vrijzinnige kerkgemeenschap.