vrijlaten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- vrij·la·ten
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| vrijlaten |
liet vrij |
vrijgelaten |
| klasse 7 | volledig | |
Werkwoord
vrijlaten
- (overgankelijk) toestaan om uit gevangenschap weg te gaan
- De Egyptische betogers zijn inmiddels weer vrijgelaten.