los
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- los
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | los | losser | lost |
| verbogen | losse | lossere | loste |
Bijvoeglijk naamwoord
los
- zonder vaste verbinding
- De hond is los.
Bijwoord
los
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
- loskrijgen: Hij kreeg de knoop niet los.
Afgeleide begrippen
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | los | lossen |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
los m
- (dierkunde), (katachtigen) Lynx lynx
een kattensoort met een korte staart
Synoniemen
Spaans
Lidwoord
Veluws
Bijvoeglijk naamwoord
los