vrijgeven
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- vrij·ge·ven
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| vrijgeven |
gaf vrij |
vrijgegeven |
| klasse 5 | volledig | |
Werkwoord
vrijgeven
- (overgankelijk) zonder voorbehoud beschikbaar stellen, toegankelijk maken
- Parlementariërs hebben de regering gevraagd de geheime documenten vrij te geven.
- De nieuwste versie van de browser is gisteren officieel vrijgegeven.
- Het pand is enige tijd ontruimd geweest, maar na controle van de brandweer weer vrijgegeven.