tamelijk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ta·me·lijk
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van het verouderde werkwoord tamen met het achtervoegsel -lijk (verg. betamen)
Bijwoord
tamelijk
- nogal, in relatief grote mate