verlies
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
Woordafbreking
- ver·lies
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | verlies | verliezen |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
verlies o
- het teloorgaan, kwijtraken
- Zijn vertrek naar Amerika is een groot verlies voor onze afdeling.
- Het bedrijf leed in dit kwartaal grote verliezen.
Antoniemen
Vertalingen
1. het teloorgaan, kwijtraken
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| verliezen |
verlies