losgeld

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • los·geld
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord losgeld losgelden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

losgeld o

  1. geld betaald voor iemands vrijlating
    De bandieten eisten een groot losgeld voor de gijzelaars die zij overweldigd hadden.
Vertalingen

Meer informatie