laten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- la·ten
Woordherkomst en -opbouw
|
|
|
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| laten /'la.tə(n)/ |
liet /lit/ |
gelaten ɣə'la.tə(n)/ |
| klasse 7 | volledig | |
Werkwoord
laten
- (hulpwerkwoord) maakt een causatief uit een ergatief werkwoord: veroorzaken dat het gebeurt
- Hij liet zijn auto repareren.
- (hulpwerkwoord) maakt een causatief uit een ergatief werkwoord: toestaan dat iets gebeurt
- Hij liet de boter smelten.
- (overgankelijk) het niet doen
- Laat dat!
- (overgankelijk) er niets aan veranderen
- Het zo laten.
- (overgankelijk) vertrekken zonder hem mee te nemen
- Zij liet hem daar.
- aansporing om iets te doen
- Laat dit een voorbeeld zijn.
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- laten blijken
- laten uitvallen
- laten vallen
Vertalingen
1. veroorzaken
3. niet doen
4. niets veranderen
5. vertrekken
6. aansporing
laten blijken
|
laten vallen
Zelfstandig naamwoord
laten mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord laat