mobiel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- mo·biel
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | mobiel | mobieler | mobielst |
| verbogen | mobiele | mobielere | mobielste |
Bijvoeglijk naamwoord
mobiel
- zich met gemak verplaatsend
- Nu hij een auto heeft is hij veel mobieler geworden.
Vertalingen
1. zich gemakkelijk verplaatsend
Zelfstandig naamwoord
mobiel
Vertalingen
1. een hangende constructie van draden en staven die bij wind beweegt