roerend
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- roe·rend
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| roeren |
roerend
- onvoltooid deelwoord van roeren
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | roerend |
| verbogen | roerende |
Bijvoeglijk naamwoord
roerend
- gemakkelijk van zijn plaats te krijgen
- Hij handelt alleen in roerende goederen.
Antoniemen
Bijwoord
roerend
- in uitgesproken mate
- Zij waren het roerend met elkaar eens.