loslaten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- los·la·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| loslaten |
liet los |
losgelaten |
| klasse 7 | volledig | |
Werkwoord
loslaten
- (overgankelijk) niet langer vasthouden of inperken
- Hij liet haar niet los.