zand

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zand
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zand -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zand o

  1. een losse massa die bestaat uit miljoenen stukjes steen, schelpen, kwarts en glimmer
    Ze lag lekker in het zand te zonnen.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
zanden

zand

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zanden
    Ik zand.
  2. gebiedende wijs van zanden
    Zand!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zanden
    Zand je?

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl