zandrug

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zand·rug
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zandrug zandruggen
verkleinwoord zandruggetje zandruggetjes

Zelfstandig naamwoord

zandrug m

  1. (geologie) een strook wat hoger gelgen zandgrond in een moerasgebied
    • Zuiddorpe is op een zandrug gesticht. 

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.

Meer informatie