zandaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zandaal


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zand·aal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zandaal zandalen
verkleinwoord zandaaltje zandaaltjes

Zelfstandig naamwoord

zandaal m

  1. (vissen) Hypoptychus dybowskii op Wikispecies, een straalvinnige vis die behoort tot de familie zandalen (Hypoptychidae) van de orde stekelbaarsachtigen (Gasterosteiformes)
    • De zandaal is een zoutwatervis uit de Stille Oceaan en wordt zo'n 6 cm lang. 

Gangbaarheid

29 % van de Nederlanders;
20 % van de Vlamingen.