arena

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • are·na
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord arena arena's
verkleinwoord arenaatje arenaatjes

Zelfstandig naamwoord

arena v/m

  1. schouwtoneel, met meestal niet meer dan een zanderige bodem, waar wedstrijden, gevechten of circusvoorstellingen gehouden worden
    • De dompteur betrad de arena met een fikse zweep in de hand en opende de kooi met de leeuw. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • a·re·na
enkelvoud meervoud
arena arenas

Zelfstandig naamwoord

arena v

  1. zand

Verwijzingen