zandboer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zand·boer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zandboer zandboeren
verkleinwoord zandboertje zandboertjes

Zelfstandig naamwoord

zandboer m

  1. (beroep) iemand die op zandige grond boert
    • Die zandboeren hebben het nooit breed gehad. 
  2. (beroep) iemand die in zand handelt

Gangbaarheid