zandoogje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Pararge aegeria, het bont zandoogje

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zand·oog·je
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord zandoogje zandoogjes

Zelfstandig naamwoord

zandoogje o dim. tant.

  1. (insecten) de naam van een aantal vlindersoorden uit de onderfamilie Satyrinae
    • Was dat een grauw of een bont zandoogje? 

Gangbaarheid

73 % van de Nederlanders;
77 % van de Vlamingen.

Meer informatie