sand

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Sand.
Zand.

Engels

Uitspraak
vervoeging
onbepaalde wijs to sand
he/she/it sands
verleden tijd sanded
voltooid
deelwoord
sanded
onvoltooid
deelwoord
sanding
gebiedende wijs sand

Zelfstandig naamwoord

sand

  1. (overgankelijk) zanden
  2. (overgankelijk) met zand versnijden
  3. (overgankelijk) schuren


Naar frequentie 2491
enkelvoud meervoud
sand sands

Zelfstandig naamwoord

sand

  1. zand
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • to bury one's head in the sand
hun kop in het zand steken


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • sand
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse naamwoord sandr
Naar frequentie 3620
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   sand     sanden     sander     sandene  
genitief   sands     sandens     sanders     sandenes  

Zelfstandig naamwoord

sand m

  1. zand
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • noe løper ut i sanden
met een sisser aflopen
  • stikke hodet i sanden
de kop in het zand steken


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • sand
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse naamwoord sandr
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   sand     sanden     sander     sandene  

Zelfstandig naamwoord

sand m

  1. zand
Afgeleide begrippen


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • sand
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   sand     sanden     -     -  
genitief   sands     sandens     -     -  

Zelfstandig naamwoord

sand, g

  1. zand
Afgeleide begrippen