wolk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wolk
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘massa waterdruppels in atmosfeer’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord wolk wolken
verkleinwoord wolkje wolkjes

Zelfstandig naamwoord

ˈwolk' v/m

  1. (meteorologie) een samenhangende verzameling van merendeels zwevende waterdruppeltjes
     Toen ik de gigantische muur inktzwarte wolken op me af zag komen barstte ik in tranen uit.[2]
     We hadden enorm veel geluk omdat er die avond een volle maan scheen en er geen wolkje aan de lucht was.[2]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • er was geen wolkje aan de lucht
er was geen enkele aanwijzing dat er iets ernstigs zou kunnen gebeuren
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen