spreekwolk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spreek·wolk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spreekwolk spreekwolken
verkleinwoord spreekwolkje spreekwolkjes

Zelfstandig naamwoord

spreekwolk o

  1. tekstballon, spreekballon in een stripverhaal.
    • In de Bommelstrips gebruikt men geen spreekwolken 

Gangbaarheid