bewolken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·wol·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van wolk met het voorvoegsel be- met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bewolken
bewolkte
bewolkt
zwak -t volledig

Werkwoord

bewolken

  1. ergatief met wolken bedekt worden
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.