rookwolk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rook·wolk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rookwolk rookwolken
verkleinwoord rookwolkje rookwolkjes

Zelfstandig naamwoord

rookwolk v/m

  1. een wolk van rook
    • We moesten eerst door een rookwolk heen voordat we het café binnen konden gaan. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie