nor

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nor
enkelvoud meervoud
naamwoord nor norren
verkleinwoord norretje norretjes

Zelfstandig naamwoord

nor v/m

  1. een gevangenis
    Hij zit al elf jaar in de nor.
Vertalingen

Meer informatie


Baskisch

Vragend voornaamwoord

nor

  1. wie


Engels

Voegwoord

nor

  1. noch