wijzen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wij·zen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘aanduiden (met de vinger)’ voor het eerst aangetroffen in 901 [1] [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
wijzen
wees
gewezen
klasse 1 volledig

Werkwoord

wijzen

  1. inergatief met de (wijs)vinger, hand of arm in een richting duiden
    • De man wees naar de klok. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

wijzen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord wijs
  2. meervoud van het zelfstandig naamwoord wijze

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen