wijsvinger

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wijs·vin·ger
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wijsvinger wijsvingers
verkleinwoord wijsvingertje wijsvingertjes

Zelfstandig naamwoord

wijsvinger m

  1. (anatomie) tweede vinger, gelegen tussen de middelvinger en de duim
Afgeleide begrippen
Spreekwoorden
  • Met het wijsvingertje klaarstaan.
Iemand vermanen.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie