waren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
waren
waarde
gewaard
zwak -d volledig

Werkwoord

waren

  1. (ergatief) doelloos en rusteloos ronddwalen
    Nog lang waarden de bendes plunderend door het hulpeloze land.
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
zijn

waren

  1. meervoud verleden tijd van zijn
    Wij waren.
    Jullie waren.
    Zij waren.
vervoeging van
wezen

waren

  1. meervoud verleden tijd van wezen
    Wij waren.
    Jullie waren.
    Zij waren.

Zelfstandig naamwoord

waren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord waar
Hyponiemen