waardepapier
Uiterlijk
- Geluid: waardepapier (hulp, bestand)
- IPA: / ˈwardəpɑˌpir / (4 lettergrepen)
- waar·de·pa·pier
- In de betekenis van ‘papier met geldswaarde’ voor het eerst aangetroffen in 1920.[1]
- samenstelling van waarde en papier , leenvertaling uit Duits Wertpapier.[2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | waardepapier | waardepapieren |
| verkleinwoord | waardepapiertje | waardepapiertjes |
- (financieel) document met geldswaarde, zoals bankbiljetten, cheques, fondsen, effecten, handelspapieren enz.
1. document met geldswaarde
|
|
- Het woord waardepapier staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "waardepapier" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ waardepapier op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Financieel in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal