mijne

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
  enkelvoud meervoud
bijvoeglijk zelfstandig bijvoeglijk zelfstandig
1e persoon mijn
m'n
mijne ons, onze onze
2e persoon
(informeel)
jouw
je
jouwe jullie
je
-
2e persoon
(formeel)
(regionaal)
uw uwe uw uwe
3e persoon
(mannelijk)
zijn
z'n
zijne hun hunne
3e persoon
(vrouwelijk)
haar
d'r, 'r
hare
3e persoon
(onzijdig)
zijn
(ervan)
-


Woordafbreking
  • mij·ne

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.

Bezittelijk voornaamwoord

mijne

  1. zelfstandige vorm van mijn, eerste persoon enkelvoud
    • Is dit kopje nu het mijne of is het het jouwe? 
  2. (verouderd) verbogen vorm van mijn
    • Mijne heren! Komt u binnen! 


enkelvoud meervoud
naamwoord mijne mijnen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

mijne v/m

  1. zelfstandig gebruikt bezittelijk voornaamwoord: een persoon die tot mij behoort
    • Deze man is een van de mijnen. 

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders
82 % van de Vlamingen.