Naar inhoud springen

raden

Uit WikiWoordenboek
  • ra·den
Indo-Europees: *reh1dh-, *roh1dh-, wat mogelijk weer is afgeleid van *reh1- ("overwegen")
  • Verwant in andere Indo-Europese taalgroepen
  • Iers: rádid (zeggen)
  • raden naar
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
raden
/'ra.də(n)/
raadde
ried[4]
/'ra.də/, /rit/
geraden
ɣə'ra.də(n)
klasse 7


gemengd

volledig

raden

  1. overgankelijk een gissing maken naar iets
    • Het antwoord kun je vast wel raden. 
    • Mag ik raden wat er is gebeurd? 
     Maar Zarathustra duikt in het hele boek en vanaf het begin van deze 'autobiografie' voortdurend op; en over zijn waardering van de figuur en dat boek laat Nietzsche niets te raden over.[5]
     Ik kon raden naar de drijfveren achter de besluiten van de kunstenaar, ik kon peinzen over wat het schilderij met me deed, maar ik begreep ook dat ik nooit de waarheid erachter zou kennen.[6]
  2. een advies geven
    • Ik heb hem dat een aantal malen gezegd, maar hij was niet te raden. 

[1] "een gissing maken naar iets"

  • Dat laat zich raden
Dat is eenvoudig vast te stellen, ook zonder rechtstreeks bewijs

[2] "een advies geven"

  • Dat is je geraden!
Doe dat maar, anders krijg je problemen

deradenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord raad
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[7]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden tijd voltooid
deelwoord
enkelvoud meervoud
raden riet rieden gheraden
dumsterk7  volledig   

raden

  1. raden, raad geven