afraden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·ra·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afraden
ried af
raadde af
afgeraden
klasse 7

gemengd

volledig

Werkwoord

afraden

  1. iemand trachten te overtuigen een voornemen niet uit te voeren
    Ik heb mijn kinderen afgeraden om drugs te gebruiken en gelukkig hebben ze naar mij geluisterd.
Antoniemen
Vertalingen