raadgever

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • raad·ge·ver
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord raadgever raadgevers
verkleinwoord raadgevertje raadgevertjes

Zelfstandig naamwoord

raadgever m

  1. (beroep) iemand die ergens raad over geeft
    Ik wil later beslist raadgever worden.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen