raadsheer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • raads·heer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord raadsheer raadsheren
verkleinwoord raadsheertje raadsheertjes

Zelfstandig naamwoord

raadsheer m

  1. (beroep) iemand die advies geeft
  2. (regering) een adviseur of lid van een adviescollege van een vorst
  3. (juridisch) in Nederland: een rechter van het gerechtshof of de Hoge Raad; in België een rechter van het Hof van beroep of het Hof van Verbreking (cassatie)
  4. (schaak) een schaakstuk dat alleen in diagonalen wordt verzet
    • Na de witte raadsheer is nu ook de zwarte geslagen. 
  5. (dierkunde) een duivenras
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.