raadsel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • raad·sel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord raadsel raadselen
raadsels
verkleinwoord raadseltje raadseltjes

Zelfstandig naamwoord

raadsel o

  1. iets waarnaar men moet raden
    Wat er precies gebeurd is, blijft een raadsel.
Hyponiemen

beeldraadsel, figuurraadsel, kruiswoordraadsel, lettergreepraadsel, ontraadselen, wereldraadsel, woordraadsel

Afgeleide begrippen

ontraadselen raadselachtig, raadselachtigheid, raadselrijm, raadselspel,

Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie