narde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nar·de

Werkwoord

vervoeging van
narren

narde

  1. enkelvoud verleden tijd van narren
    • Ik narde. 
    • Jij narde. 
    • Hij, zij, het narde. 
Anagrammen


Noors

Zelfstandig naamwoord

narde

  1. verouderde spelling of vorm van nardus van vóór 2005
(verouderd) onbepaalde vorm nominatief enkelvoud van narde, m


Nynorsk

Zelfstandig naamwoord

narde

  1. verouderde spelling of vorm van nardus van vóór 2005
(verouderd) onbepaalde vorm nominatief enkelvoud van narde, m