raadplegen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • raad·ple·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
raadplegen
raadpleegde
geraadpleegd
zwak -d volledig

Werkwoord

raadplegen

  1. (overgankelijk) een bron van informatie of ervaring aanspreken
    Zij raadplegen WikiWoordenboek voor de vertaling van dat woord in het Perzisch.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen