reuzenrad

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een reuzenrad in een pretpark.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • reu·zen·rad
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord reuzenrad reuzenraderen
reuzenraden
verkleinwoord reuzenradje reuzenradjes

Zelfstandig naamwoord

reuzenrad o

  1. kermisattractie met zitplaatsen die gelijkmatig rondom aan een huizenhoog wiel hangen dat draait om een horizontale as
    • Dirk Hut, van oorsprong Groninger, stond beneden op het platform en kon het zwiepende gevaarte maar nét ontwijken. Daarbij kwam hij hard tussen afgebroken onderdelen van het reuzenrad terecht. [1] 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tubantia Chris Klomp & Victor Schildkamp 10-01-17 Reuzenrad slaat op drift: Nederlander breekt ribben
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be