raderwerk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

het raderwerk van een windmolen
Uitspraak
Woordafbreking
  • ra·der·werk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord raderwerk raderwerken
verkleinwoord raderwerkje raderwerkjes

Zelfstandig naamwoord

raderwerk o [1]

  1. een serie van in elkaar grijpende raderen
    • Zelf werkt Pegge in de olie- en gaswinning voor de Nederlandse Aardolie Maatschappij (Nam). Hij is onder de indruk van het imposante raderwerk en de machtige assen in de molen. [2] 
  2. (figuurlijk) een aantal handelingen en zaken die goed op elkaar zijn afgestemd
    • 'Heel het raderwerk staat stil, als uw machtige arm het wil' Zinsnede uit een rede van Troelstra tot de arbeiders (ter gelegenheid van de spoorwegstaking van 1903). Troelstra citeerde hiermee het onderschrift bij een politieke prent van Albert Hahn in Het Volk van 8 februari 1903. [3] 
    • Er zit erg veel zand in dat aloude raderwerk, van zuilen over partijen en sociale zekerheid. Het is nog heel erg gemodelleerd naar een samenleving die er niet meer is. Om een voorbeeld te geven: veel hoogopgeleide jongeren zitten nu in precaire banen. Ze werken freelance of doen mini-jobs. Sommigen willen dat ook, het is een manier van leven. Maar de vakbond of de sociale zekerheid biedt daar onvoldoende bescherming.’ [4] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders
88 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tubantia Hengelo 12-mei-2011
  3. cultureel woordenboek
  4. de Standaard 12 NOVEMBER 2016 Filip Rogiers