waterrad

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·ter·rad
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord waterrad waterraderen
verkleinwoord waterradje
waterradertje
waterraadje
waterradjes
waterradertjes
waterraadjes

Zelfstandig naamwoord

waterrad o

  1. een schoepenrad dat draait door de stroming van het water
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.

Meer informatie