tandrad

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Tandraderen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tand·rad
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tandrad tandraderen
verkleinwoord tandradje
tandraadje
tandradertje
tandradertjes

Zelfstandig naamwoord

tandrad o

  1. een rond voorwerp voorzien van tanden aan de rand dat in een mechaniek gebruikt wordt voor de overdracht van krachten naar een ander deel ervan
    • De tandraderen werden zorgvuldig gesmeerd. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.

Meer informatie