radvormig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rad·vor·mig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen radvormig radvormiger radvormigst
verbogen radvormige radvormigere radvormigste
partitief radvormigs radvormigers -

Bijvoeglijk naamwoord

radvormig

  1. vorm van een rad hebbend
    • Ik kocht voor mijn vrouw een collier van Blauw Agaat van A-1 kwailiteit bestaande uit -38- parels, die radvormig zijn geslepen. 

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.