lom

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lom
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Noors, in de betekenis van ‘duikerhoen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1612 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord lom lommen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

lom

  1. m (voeding) (vissen) Brosme brosme op Wikispecies zeevis, behorende tot de dorsvissen [2] [3]
  2. (vogels) duikeend van het geslacht Colymbus op Wikispecies [4] [5]
  3. in het ijs uitgehakte opening, bijt [6] [7]
  4. o (onderwijs) (geschiedenis) tot 1998 gegeven onderwijs op Nederlandse scholen voor kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

38 % van de Nederlanders
27 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen