kabeljauwachtigen
Uiterlijk

- (IPA in voorbereiding)
- ka·bel·jauw·ach·ti·gen
- kabeljauwachtig bn met de uitgang -en
- kabeljauwachtige zn met de uitgang -n
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kabeljauwachtigen | |
| verkleinwoord |
de kabeljauwachtigen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord kabeljauwachtige
- meervoudsvorm als officiële benaming (straalvinnigen) een orde Gadiformes
van straalvinnige beenvissen (Volgens FishBase
)