gaffel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gaf·fel
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘tweetandige stok, vork’ voor het eerst aangetroffen in 1477 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord gaffel gaffels
verkleinwoord gaffeltje gaffeltjes

Zelfstandig naamwoord

gaffel v/m

  1. (scheepvaart) meer of minder van de mast schuin omhoog uitstaand rondhout, om de bovenkant van een zeil (het bovenlijk) uit te houden
  2. (gereedschap) werktuig, met een steel die het ene einde in twee armen of tanden uitloopt
  3. (zoötomie) het gewei van een tweejarig hert of ree met twee uiteinden
  4. (heraldiek) een element in een Y-vorm, gelijkend naar een pallium
  5. benaming van verschillende voorwerpen die de vorm van een gaffel hebben
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
gaffelen

gaffel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gaffelen
    • Ik gaffel. 
  2. gebiedende wijs van gaffelen
    • Gaffel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gaffelen
    • Gaffel je? 

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders;
73 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Deens

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

gaffel

  1. (gereedschap) vork

Meer informatie


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • gaf·fel
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Nederduits
Naar frequentie 13274
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   gaffel     gaffelen     gafler     gaflene  
genitief   gaffels     gaffelens     gaflers     gaflenes  

Zelfstandig naamwoord

gaffel m

  1. (scheepvaart) gaffel
  2. (gereedschap) (couvert) vork
  3. (gereedschap) gaffel, mestvork, riek
  4. (fiets) vork, achtervork, voorvork
  5. (schaak) vork, paardvork
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [4]: kniv, skje og gaffel
mes, lepel en vork

Meer informatie


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • gaf·fel
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Nederduits
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   gaffel     gaffelen     gaflar     gaflane  

Zelfstandig naamwoord

gaffel m

  1. (scheepvaart) gaffel
  2. (gereedschap) (couvert) vork
  3. (gereedschap) gaffel, mestvork, riek
  4. (fiets) vork, achtervork, voorvork
  5. (schaak) vork, paardvork
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Meer informatie


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • gaf·fel
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   gaffel     gaffeln     gafflar     gafflarna  
genitief   gaffels     gaffelns     gafflars     gafflarnas  

Zelfstandig naamwoord

gaffel, g

  1. vork
  2. (scheepvaart) gaffel
Afgeleide begrippen

Meer informatie