einde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

einde van de bebouwde kom
Uitspraak
Woordafbreking
  • ein·de
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘laatste gedeelte’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord einde einden, eindes
verkleinwoord eindje eindjes

Zelfstandig naamwoord

einde o [2]

  1. het punt in ruimte of tijd waar iets ophoudt
    • Aan het einde van de straat wacht er iemand op me. 
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • ten einde raad zijn
niet meer weten wat je moet doen
  • iets of iemand het einde vinden
iets of iemand heel goed vinden
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen