pallium

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pal·li·um
enkelvoud meervoud
naamwoord pallium pallia
palliums
verkleinwoord palliumpje palliumpjes

Zelfstandig naamwoord

pallium o

  1. een onderdeel van liturgische kleding uit de rooms-katholieke liturgie. Het bestaat uit een om de hals van het kazuifel gedragen witte lamswollen cirkelvormige band met aan voor- en achterkant afhangende banden, voorzien van in totaal 6 zwarte kruizen
  2. het hersenschors met de daaronder liggende vezellaag
  3. Romeinse mantel
Synoniemen
2. hersenmantel
Vertalingen

Gangbaarheid

55 % van de Nederlanders;
49 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Engels

Zelfstandig naamwoord

pallium

  1. pallium


Frans

Zelfstandig naamwoord

pallium

  1. pallium


Zweeds

Zelfstandig naamwoord

pallium

  1. pallium