gaffelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gaf·fe·len
Woordherkomst en -opbouw
  • van gaffel (mond) met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gaffelen
gaffelde
gegaffeld
zwak -d volledig

Werkwoord

gaffelen

  1. onovergankelijk (informeel) smullen
Hyponiemen

Gangbaarheid

61 % van de Nederlanders;
67 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be