mestvork

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mest·vork
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord mestvork mestvorken
verkleinwoord mestvorkje mestvorkjes

Zelfstandig naamwoord

mestvork v / m

  1. (landbouw) gereedschap om mest te verplaatsen met meestal 4 scherpe tanden en een kortere steel, soms met een handgreep
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie