fix

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
vervoeging
onbepaalde wijs to fix
he/she/it fixes
verleden tijd fixed
voltooid
deelwoord
fixed
onvoltooid
deelwoord
fixing
gebiedende wijs fix

Werkwoord

fix

  1. vastmaken, vastzetten, fixeren
  2. installeren, plaatsen
  3. thuisbrengen, plaatsen
  4. vastleggen
  5. repareren
  6. opknappen
  7. regelen
  8. omkopen
  9. inspuiten
  10. vervalsen
  11. assimileren
  12. fiksen